van Hoedenmaakster tot grootste Feestkledingspecialist

89 jaar Maison van den Hoogen

 

 

1928

Hoedenzaak

Johanna Frederika Diederika van den Hoogen-Kramer geboren 21-09-1904 was modiste ( hoedenmaakster). Opende op 31-03-1928 in de Daniel Stalpertstraat een hoedenzaak. Op 31-10-1928 op haar trouwdag, schreef zij zich als eerste vrouw van Amsterdam  als openbare koopvrouw in, bij de kamer van koophandel te Amsterdam.

 

 

1932

Verhuizing naar Sarphatipark 91

Hier begon ze met de verhuur van bruidsluiers, deze waren in die tijd erg kostbaar. In 1936 verhuisde de zaak naar de andere kant van het Sarphatipark nr. 88 en kreeg ze de beschikking over 3 etages, waardoor ze haar activiteiten moest uitbreiden en ook de bruidsjaponnen erbij ging verhuren.In deze periode werd de naam van de zaak Maison van den Hoogen/ het Bruidshuis

Eind jaren dertig voelde men de dreiging van de oorlog. Veel mannen werden opgeroepen ivm. mobilisatie. Omdat getrouwde vrouwen een weduwenpensioen kregen als hun man na de oorlog niet terugkwam, werd er in die jaren veel getrouwd. Ook herenkostuums en kinderkostuums kwamen daarbij. Dat was een slimme stap, want zo had ze volop werk.

 

 

1940

Oorlog

In de oorlog is Maison van den Hoogen blijven verhuren. In en na de oorlog was alles schaars en ook aan stoffen was een groot tekort. … Van den Hoogen kon maar met moeite aan nieuwe stoffen komen. Het duurde zeker tot de jaren vijftig, voordat er weer aanvoer van nieuwe stoffen kwam en ze weer nieuwe jurken en pakken kon maken.In die jaren waren bruiloften traditioneel, met veel bruidsmeisjes en bruidsjonkertjes. Iedereen werd feestelijk aangekleed, met hoeden en allerlei accessoires. Voor dit alles kon men in Amsterdam uitstekend aan het Sarphatipark terecht.

 

 

1950

Jaren ’50 – ’60

Na de oorlog was er grote behoefte aan vertier. Na de vijf ingrijpende en zware oorlogsjaren wilden mensen vermaak en afleiding. Omdat er nog geen televisie bestond, zocht men het vertier elders. Dit verklaart de opkomst van veel toneel- en operetteverenigingen. Zowel de mensen op het podium als de mensen in de zaal wilden feestelijk aangekleed worden. … Van den Hoogen maakte de kleding en ze hield dit in voorraad, zodat ze het kon verhuren. Zo ontstond haar operette kleding voorraad.

 

 

1960

Televisie

Toen in 1960 de televisie zijn intrede deed, was er weer andere kleding nodig. Orkesten, televisieseries en allerlei uiteenlopende programma’s deden een beroep op Maison van den Hoogen om kostuums te maken. Ze maakte alles op verzoek en haar voorraad groeide.

Het groeide zozeer, dat haar verhuurbedrijf ook uit zijn jasje groeide. Daarom kocht ze in 1960 het naastgelegen pand op nummer 90.

In de loop der jaren veranderde de kledingcollectie steeds. In de jaren zestig en zeventig werden veel feestjes in de stijl van de jaren vijftig georganiseerd, zodat het bedrijf steeds inspeelde op de behoefte naar speciale kleding.

 

 

1979

Dochter

De dochter van Johanna van den Hoogen, Olga van den Hoogen, was al van jongs af aan betrokken bij het bedrijf van haar moeder. Ze werkte ook als coupeuse in het bedrijf. In 1967 opende zij haar eigen bruidszaak Angela aan het Sarphatipark nr. 104. Dit was een bruidsmodewinkel, specifiek in de verkoop en een mooie aanvulling op de bestaande activiteiten.Toen Johanna van den Hoogen met pensioen ging in 1979, nam Olga de zaak van haar moeder over. Omdat ze haar goedlopende bruidsmodezaak niet wilde sluiten, werd het haar eigenlijk teveel. De man van Marjo (oudste dochter van Olga), Hans Suselbeek, was toevalligerwijs op zoek naar een nieuwe uitdaging. Hij nam de feestkledingzaak over en runt Maison Van den Hoogen tot op de dag van vandaag.

Maison Van den Hoogen groeide zo in 89 jaar van hoedenzaak tot de grootste feestkledingspecialist van Amsterdam.

Toekomst? (opent nieuw venster)